De waanzinnige speurtocht

De Beleverij. Daar maak je wat mee.

Deel 3 | De vervalser van Malser.

Tja, speel jij wel eens vals? Houd jij van grote geheimen en een beetje kunst misschien? Heb je toevallig altijd al een meesterwerk willen maken? Dan is deze editie van De waanzinnige speurtocht een belevenis die je niet wilt missen …

Gekke naam hè, ‘De waanzinnige speurtocht’. Nou en dat is nog maar de korte versie van de titel. De volledige naam is pas maf, zeg maar rustig krankjorum. Die luidt: ‘De waanzinnige super-speur-theater-escapetocht’. Al die gekkigheid komt uit de grijze massa van de broers Siem & Chris. En er staat nu dus weer iets bijzonders te gebeuren. Ze hebben namelijk een plan. Siem en Chris. En dan weet je: dit gaat een spektakel van jewelste worden. Want de plannen van deze jongens – groots en ambitieus – beginnen meestal onschuldig, maar lopen steevast ‘onmeunig’ uit de hand. Gelukkig heeft het nog nooit geleid tot echte rampen. Alhoewel je de mysterieuze verdwijning van Siem en later het ongelukje met de toverbonen van Ome Govert geen peulenschil kunt noemen. Maar goed, we hebben het overleefd. Je vraagt je echter wel af, hoe lang kan het nog duren tot die echte ramp zich wel aandient? Ik houd in ieder geval mijn hart vast.

Ik zal jullie het verhaal van De waanzinnige speurtocht deel 3 vertellen. Het gaat over ‘De vervalser van Malser’. Hier gaan we.

Zo begon het allemaal

Goed, een nieuw idee dus. Jullie zullen wel nieuwgierig zijn. Dan zal ik erover vertellen. Het begon allemaal op een heel gewone middag, ergens in de zomer. De jongens zijn net uit het zwembad in hun achtertuin geklommen. Gewikkeld in handdoeken liggen ze beide te kippenvellen in een stoel. “Weet je wat ik stom vind Siem. Dat we in ons dorp geen groot zwembad hebben”, begint Chris, hij denkt na. “Er is eigenlijk zoveel dat wij niet hebben. Geen indoor speeltuin. Geen Mac Donalds. Geen bieb zelfs. Ja, in zo’n minibieb in een vogelhuisje, maar dat telt toch niet?! Waarom hebben we dat eigenlijk allemaal niet?”. “Tja, dat lijkt me simpel Chris”, antwoord Siem overtuigd. “We leven in een dorp van nix. Nou ja, wel gezellig natuurlijk. En ook mooi in de natuur en zo, dat wel”, mijmert hij. “Maar we staan niet op de kaart”. Op de kaart … op de kaart. Chris denkt na. “Welke kaart bedoel je Siem?”, vraagt hij. “Ik bedoel niet letterlijk een kaart noebie”, antwoord Siem. “Ik bedoel, de mensen in de wereld kennen ons dorp niet. Terwijl iedereen in bijvoorbeeld China, Giethoorn wel kent. Ze gaan er allemaal op vakantie.” “Heel China?, vraagt Chris zich af. “Volgens mij wel”, zegt Siem. ”Woow, dat zijn wel een triljard mensen”, Chris probeert het zich voor te stellen. “Ok, maar hoe helpen al die Chinezen ons aan een groot zwembad?”. “Je snapt het niet Chris”, antwoord Siem. “Het gaat niet om de Chinezen”. Siem kijkt Chris doordringend aan, “Het gaat om de toeristen. Die willen namelijk allemaal eten, drinken, slapen en heel veel souvenirs. En daarvoor nemen ze iets belangrijks mee: poen, doekoe, yen, dollars, klinkende munten … euro’s. Snap je?! En dat geld … dat zouden we kunnen gebruiken voor ons grote zwembad.” Chris concludeert hardop: “Dus als we ons dorp op de kaart zetten, komen er Chinezen … euh toeristen die allemaal dingen kopen en dan kunnen wij ons zwembad bouwen?”. “Precies”, antwoord Siem.      

Het irritante zusje

Maar je dorp op de kaart zetten, dat is toch nog niet zo eenvoudig. De jongens zitten ’s avonds aan de eettafel en breken hun hoofd erover. Het valt niet mee stellen ze vast. “Tjonge, ik snap wel dat niemand ons dorp kent. Waarom zou je hier naartoe komen?”, vraagt Siem zich hardop af. We hebben een kerk, een openlucht theater, een boerderijwinkel, een klootschietbaan … Chris schiet in de lach. “Een klootschietbaan … hoe leg je dat uit aan een toerist? Eens even op Google translate kijken hoe je dat spelt in het Engels.” Chris typt: kloot schiet baan. “Waaat? Dat kan echt niet Siem. Weet je wat een ‘kloot-schiet-baan’ in het Engels is? Een ‘shit-shooting-range’. Getver. Dat klinkt meer als de scheten van mijn vader of naar een boerderij waar ze met poep schieten, hahaha!”, de broers liggen in een deuk. Dat is niet echt goede reclame voor ons dorp denken ze.      

Ondertussen is er iemand die de jongens al de hele tijd in de gaten houdt. Het is Eefje, hun zusje. Ze is een stuk jonger dan de jongens, maar of dat de reden is dat ze hun humor niet zo goed begrijpt is niet gezegd. Ze beschrijft hun grappen liever als ‘heeeel erg onvolwassen’. Bij de jongens staat Eefje ook wel bekend als ‘het irritante zusje’. Niet omdat Siem en Chris niet van haar houden. Helemaal niet zelfs. Ze zijn gek op haar. Het is meer … dat ze zo superslim is. Heel irritant. Eefje heeft altijd overal een (goed) antwoord op en wint ook nog eens altijd van alles. Van kleurwedstrijden tot damtoernooien. Van avonturenspellen tot uitvinderswedstrijden. Ze wordt steevast eerste. De jongens kunnen er maar moeilijk mee omgaan. “Jullie moeten anders denken”, zegt ze plots tegen Chris en Siem die vanaf de keukentafel geschrokken opkijken. Zat ze daar nu al de hele tijd naar hun te luisteren vragen ze zich af. Ze vervolgt: “Waarom beginnen jullie geen museum? Elke grote, bekende stad heeft minimaal één museum als trekpleister. Met schilderijen van grote meesters zoals Rembrandt, Van Gogh of Da Vinci. Prachtig. Dat soort kunst wil iedereen wel zien”. De jongens zakken achterover en kijken elkaar aan. Een museum. Natuurlijk. Dat is slim. Daar krijgen ze de handen wel voor op elkaar in het dorp. De inwoners, de burgemeester en alle andere belangrijke mensen gaan zeker weten vol trots allerlei personen uitnodigen voor een bezoek aan ‘hun’ museum. “Dat is helemaal niet gek Eefje”, zegt Siem. Chris knipoogt naar Siem. “Ja, Chris en ik zaten net aan zoiets te denken … toevallig hè!”, valt hij Siem bij. Eefje zucht.  

Dat is het: een museum!

De jongens zijn helemaal enthousiast over het idee en laten het niet bij dagdromen. Ze gaan aan de slag. En fanatiek ook. Ze hebben al een mooie ruimte weten te bemachtigen in het hart van het dorp. Nu hebben ze nog maar twee dingen nodig: toestemming van de burgemeester en meesterwerken van échte meesters. Of in ieder geval tenminste één top schilderij. “Luister Chris, dat wordt nog best lastig. ‘De aardappeleters’, ‘Het meisje met de parel’, ‘De Nachtwacht’ en de ‘Mona Lisa’ kosten vrachtwagens met euro’s. Daarbij, ze zijn niet te koop hoor. En die miljoenenwerken uitlenen aan een paar jochies met een gek plan uit een klein, onbekend dorp op het platteland gaan ze ook echt niet doen.” Chris kijkt Siem aan en lijkt hem te willen verbeteren: “Ho, ho wacht even. Daar ben ik nog niet zo zeker van. Je kent Jan de Vries toch nog wel, de wethouder? Van die excursie naar Parijs? Je weet toch ook nog wel dat hij bevriend was met de directeur van het Louvre?”. Verrek zeg. Dat is ook zo. Siem herinnert zich het vriendschappelijke, hartelijke onthaal dat de wethouder kreeg in het Parijse museum. Ze waren vrienden van elkaar zo bleek. “Je hebt gelijk. We kunnen proberen om wethouder De Vries enthousiast te maken voor ons idee. Hij kan wellicht een poging voor ons wagen om het schilderij de Mona Lisa een poosje te lenen”. Chris kijkt Siem met pretoogjes aan en geeft hem een boks: “laten we het proberen!”.  

Het plan is bijna rond

Chris en Siem lopen in een polonaise door het huis. Het ongelooflijke is gebeurd. Ze hebben net van de wethouder gehoord dat het Louvre akkoord is met het uitlenen van hun meesterwerk: De Mona Lisa. Binnenkort hangt dat meesterwerk een tijd in het museum van de jongens. Als ze tenminste aan de voorwaarden voldoen dan hè. De gemeente moet nog wel akkoord geven op de plannen en Mona moet natuurlijk veilig en onbeschadigd terugkeren naar Frankrijk. “Knijp even in mijn arm Chris …. Au, dat doe zeer!”. “Tja, daar vroeg je toch om”, zegt Chris lachend. Siem beseft zich wat voor een geluksvogels ze zijn. De Mona Lisa gaat in korte tijd natuurlijk tienduizenden bezoekers opleveren. En dan gaat dat grote zwembad er komen. In gedachten ziet hij zichzelf er al in liggen op zijn luchtbedje met een lekkere ijsco in de hand. “We moeten nu alleen nog zien dat we de burgemeester en al die andere belangrijke mensen in het stadhuis overtuigen”. Die middag is het gelijk zover. Voor een volle zaal met mensen vertellen de jongens over hun plannen. Aanvullend laten ze het podium aan wethouder De Vries die iedereen vertelt over de bijzondere samenwerking met het Louvre. En waar ze misschien nog wat lastige vragen uit de zaal hadden verwacht, worden ze verrast met een staande ovatie en de complimenten van de burgemeester zelf. “Pssst, Chris. Ik denk dat dit wel goed zit hè”.

Museum inrichten: op naar de grote opening

Wat heerlijk. Siem & Chris zijn druk bezig om samen met heel veel mensen uit het dorp het museum in te richten. Het gaat voortvarend. Zo goed dat de uitnodigingen voor de grote opening al zijn verstuurd. Siem checkt nog even bij Eefje of ze de enveloppen deze morgen inderdaad bij het postkantoor heeft afgeleverd. “Ja, hoor. Ik heb mijn koppie erbij. Jij ook?”. Ze kent haar broer goed. Er glipt bij hem nog wel eens iets door de vingers en voor een ‘domme actie’ is hij ook nog wel eens in. “Alles onder controle zusje”, meldt hij zelfverzekerd. Het museum hangt inmiddels vol met prachtige pronkstukjes van lokale kunstenaars. Het is een feest om alles zo mooi uitgelicht te zien hangen. Nou ja, bijna alles dan. Vanmiddag is het grote moment daar. Dan wordt het pakket uit Parijs verwacht. “Als we Mona hebben hangen, kunnen we de verpakkingsmaterialen van de schilderijen en zo opruimen en een keer stofzuigen en zo. Dan ziet het er spic en span uit voor de eerste gasten”, stelt Chris, terwijl Siem instemmend knikt. “Yes”.

Mona?

Als het speciale transport vanuit het Louvre weer is vertrokken, bekijkt Chris het pakket eens goed. De verpakking maakt het schilderij vele malen groter dan het in werkelijkheid is natuurlijk. Daar is niet op bespaard stelt hij vast. Chris pakt het pakket eens op: “weegt nix”. Onvoorstelbaar dat zoiets dan toch zoveel waard is. Omdat Siem buiten wat dingen aan het regelen is voor de beveiliging, zet Chris het pakket even in de hoek naast de toegangsdeur. “Eens even kijken”, denkt hij hardop na. Achter een paar lege dozen vindt hij een veilige plek. “Je kunt immers niet voorzichtig genoeg zijn”, mompelt hij in zichzelf. Hij wil er later samen met Siem naar kijken. Nu gaat hij zich eerst nog bekommeren om de laatste werkzaamheden. Het licht en het speciaal aangeschafte alarm moet nog worden gemonteerd. Terwijl hij aan het sleutelen is, komt Eefje binnen. “Lukt het met schoonmaken zusje?”, vraagt hij. Stomme vraag denkt ze. Alsof ze zoiets eenvoudigs niet aan zou kunnen. Een beetje geïrriteerd dat ze niets belangrijkers mag doen, antwoord ze: “oh, het is echt heel, heel verschrikkelijk lastig. Maar ik kom er vast wel uit”. Chris moet een beetje lachen. Hij wilde haar helemaal niet de gek aansteken. Door het raam ziet hij Siem samen met Jean Kloòt – een Franse politieagent van de gendarmerie (zeg: sjan-dar-meurie) – voorbij lopen. “Ik kom er zo aan hoor”, roept hij. Dat is mooi. Dan kunnen ze de Mona Lisa uitpakken en ophangen. Als Chris een paar minuten later klaar is met de montage van het laatste contact van het alarm staat Siem naast hem. “Hoe staat het ervoor?”, vraagt hij. “Nou, ik ben er wel klaar voor”, antwoord Chris. “Zullen we haar dan maar eens gaan bewonderen?” stelt Siem voor. Ze zijn zichtbaar gespannen. “Waar heb je het pakketje neergezet?” vraagt Siem. Chris verstaat hem net goed genoeg, terwijl er voor het gebouw een vrachtwagen stopt. “Ze staat in de hoek naast de deur, achter de lege dozen”. Terwijl Siem gaat kijken, ziet Chris hoe Eefje wat afval afgeeft aan één van de mannen bij de vrachtwagen. Het zijn de mannen van de milieudienst. Die heeft Eefje vast laten komen. Ze heeft het inderdaad allemaal onder controle stelt hij tevreden vast. Wat is het toch een liev … Chris kan zijn gedachten niet afmaken, want de stevige roep van Siem schudt Chris wakker van zijn dagdromerij: “Waar naast de deur dan?!!”. Zijn vraag wordt net zo stevig beantwoord door Chris: “Bij de lege dozen zei ik toch!!”. Het is even stil. Dan vraagt Siem zich hardop af: “bij welke lege dozen? Ik zie ze niet”. Kom op Siem, denkt Chris, je ziet de lege dozen zo staan naast de deur. Dat lijkt me dus niet zo ingewikkeld. Chris komt vanachter de panelenwand aanlopen: “Kijk, hier bedoel ik dus …”. Chris schrikt en kijkt vertwijfeld om zich heen. “Hier stonden ze. Echt!”. Buiten horen ze het gekraak van de afvalpers in de vuilniswagen. “Eefje …”, zegt Chris zacht. “Ja, wat is er met Eefje, ze staat buiten”, zegt Siem. “Die heeft het schilderij niet hoor. Ze heeft wel wat anders te doen. Ik zag haar net met allemaal dozen naar de vuilniswagen lopen. Dan begrijpt Siem ineens wat Chris hint. “Dit kan niet waar zijn”, klinkt hij vertwijfeld. De jongens rennen naar het raam en zien de vrachtwagen wegrijden. “Oh, nee ..”.

De vervalser van Malser

Zo intens vrolijk als ze begonnen aan hun museumproject, zo diep ongelukkig voelen ze zich nu. De Mona Lisa is vernietigd, verscheurd, verbrand, verpulverd … Ze hebben het voor elkaar gekregen hoor. Ze hebben wereldgeschiedenis geschreven, dat wel. En daarmee zal iedereen vanaf nu hun dorp kennen. Ja, als het dorp van wilde cultuurbarbaren. Brute killers … Ze hebben Mona om zeep geholpen. Laat staan dat ze ooit nog het geld gaan verdienen voor een groot zwembad. Nee, met één actie zijn ze arme sloeberds geworden. Voor hun hele leven. ‘Geen cent te makken’, dat is hun toekomst. De jongens hangen schouder aan schouder verloren tegen elkaar aan. Ze kunnen wel janken. Dat zouden ze het liefst doen. De hele dag. Maar ja, dat helpt ook niet. “En de uitnodigingen zijn ook al weg Chris”. Met deze vaststelling gooit Siem nog wat extra zout in hun eigen wonden. “Het is niet eerlijk. Vals zelfs”, gaat hij verder. “Gebeurt dit nou echt?”. Chris veert een beetje op en wrijft zich met duim en wijsvinger eens onder zijn kin. “Vals zeg je hè Siem …”. “Ja”, antwoord hij zachtjes. “En je kunt je niet voorstellen dat dit echt gebeurt toch Siem …”. “Nee”, antwoord hij nog zachter. “Dan heb ik een idee”, zegt Chris. Hij gaat voor zijn broer staan en legt een hand op zijn schouder. Siem kijkt Chris vragend aan. “Weet je nog dat wij toen we op zoek waren naar kunst voor het museum bij die man uit het Italiaanse Malser uitkwamen?”. “Die oplichter bedoel je?”, vraagt Siem. “Nee sssst, niet zeggen … de meester vervalser, dat klinkt veel … eerlijker!”, probeert Chris te overtuigen. “Die meester vervalser hebben we nodig”. “Waarom”, vraagt Siem. “Om een nieuwe Mona Lisa te maken natuurlijk”, fluistert Chris. “Die niet van de echte te onderscheiden is!”. Er verschijnt een twinkeling in de ogen van Siem en hij klinkt hoopvol als hij zegt “Ik heb z’n nummer nog in mijn telefoon staan volgens mij. Even kijken … De Vervalser van Malser.  Ja! Ik heb het!”.  

Dringend gezocht: assistent meester vervalsers

De jongens hadden een goed gesprek met Mario, alias De vervalser van Malser. “We zijn een stukje verder Siem”, concludeert Chris. “Maar we zijn er dus nog niet helemaal”. Na een vloed van complimenten voor Mario was hij uiteindelijk ijdel genoeg om de opdracht van de jongens aan te nemen. In het uiterste geheim natuurlijk, want niet bepaald iedereen zal de meesterlijke vervalsingen van hem waarderen. Gelukkig zijn ze zo goed, dat tot nu toe nooit niemand zijn valse schilderijen ontdekt heeft. Mario gaf dus aan dat hij graag wil helpen, maar dat hij onvoldoende tijd heeft om het kunstwerk voor de grote opening helemaal af te hebben. De jongens moeten dus op zoek naar extra hulp als ze de Mona Lisa op tijd af willen hebben. “Tjonge, we hebben dus mensen nodig die kunstzinnig en creatief zijn”, stelt Siem vast. “Maar dat niet alleen”, vult Chris aan, “Ze moeten ook nog durven om een beetje vals te spelen en een groot geheim kunnen bewaren. Met ons en Mario onder één hoedje spelen als ‘assistent meester vervalser’! Als er voor ons niet zoveel vanaf hing, zou ik zeggen: dat klinkt best wel als een leuk en spannend avontuur”. Chris krijgt sinds enige tijd weer eens een glimlach op zijn gezicht. “We gaan dit fixen broertje. Ik ken wel een paar mensen die ons willen helpen”. Chris grijpt Siem bij zijn hand: “Kom we gaan. Ik kan niet wachten om de nieuwe Mona te ontmoeten”. En daar gaan ze. Ze hebben zich weer eens mooi in de nesten gewerkt. Dat lossen ze inderdaad nooit zelf op. Ik weet wel wie ze nodig hebben: jou!

Meld je snel aan! Maar houdt het stil … sssst       

Lees eventueel ook nog de blog op Go-Kids over de vorige speurtocht, die hebben er verstand van  https://go-kids.nl/twente/blog/de-waanzinnige-speurtocht-is-waanzinnig-leuk
We worden ook getipt door:
> Kidsproof | > Vettt | > Visit Borne
| > Borne Boeit

De Beleverij krijgt vijf-sterren beoordeling van klanten.

Check dit:

Startlocatie
Je start vanaf Restaurant & Crêperie Smikkel | Hertmerweg 45a | 7625 RH | Zenderen. Daar kun je ook (in de nabijheid) parkeren.
De starttijd en andere belangrijke info ontvang je van ons na inschrijving per mail.